Consolidatie en segmentinformatie

Consolidatie en segmentinformatie

Door Allen White, Mede-oprichter van Sigma Conso en Administrator

Het consolidatieproces heeft tot doel een economisch beeld te scheppen van een groep bedrijven alsof die maar één enkele entiteit vertegenwoordigen. Tijdens het proces elimineren bepaalde operaties het eigen vermogen van de vennootschap en tegelijkertijd de waarde van de financiële participaties op het niveau van de aandeelhouders. Op vergelijkbare wijze worden de interbedrijfsaldo’s geëlimineerd aan de kant van een vennootschap en van de partner.

Bovendien omvat het consolidatieproces soms bewerkingen die betrekking hebben op twee vennootschappen betrokken bij zogenaamde intragroeptransacties, bijvoorbeeld het elimineren van winst bij de overdracht van activa.

Sinds de toepassing van de IFRS-normen wordt van de groepen echter segmentinformatie gevraagd als de bedrijven activiteiten uitvoeren die erg van elkaar verschillen. Deze segmentinformatie is van toepassing op de balans en de resultatenrekening maar sommige groepen trachten de segmentering tevens toe te passen op de geconsolideerde financieringstabel, ook al is dat niet verplicht.

Dit artikel behandelt de fundamentele principes van segmentering en vestigt tegelijk de aandacht op enkele inherente moeilijkheden van deze techniek.

De segmenteringsprincipes

Er zijn drie principes die als volgt kunnen worden samengevat:

Eerste principe: Enigheid van de activiteit voor elk bedrijf van de perimeter

Er wordt van uitgegaan dat als de segmenteringscriteria zijn opgesteld, elk bedrijf wordt toegewezen aan een enkel criterium. Als een bedrijf meerdere activiteiten uitvoert, zullen er afzonderlijke berekeningen per segment moeten worden opgesteld binnen de wettelijke entiteit.

Tweede principe: Van elk bedrijf de aandeelhoudersrol elimineren

Laten we het volgende voorbeeld nemen:

M

↓ 90%

A

↓ 80%

B

In een klassiek consolidatieproces berekenen we voor elk bedrijf de geconsolideerde reserves, namelijk:

GR(A) = 90% * EV(A) – 100% * Part.(M/A)

GR(B) = 72% * EV(B) – 90% * Part.(A/B)

Waarbij               GR = Geconsolideerde reserves

EV = Eigen vermogen

Part.(X/Y) = Participatie van bedrijf X in bedrijf Y

De percentages die in deze formule gebruikt worden, moeten beschouwd worden als indirecte percentages.

De geconsolideerde reserves van de consoliderende vennootschap zijn haar statutaire reserves, eventueel herwerkt. We noemen ze de GR(M).

We kunnen dus stellen dat de reserves van de groep gelijk zijn aan

GR(M) + GR(A) + GR(B).

Om de segmentinformatie te kunnen opstellen, berekenen we een zogenaamde intrinsieke toestand voor elk bedrijf. Die wordt bepaald door het verschil tussen het eigen vermogen en de participaties in de bedrijven van de perimeter, overeenkomstig het indirecte percentage aangehouden in de onderneming.

In ons voorbeeld wordt dat:

IT(M) = EV(M) – Part.(M/A)

IT(A) = 90% * [EV(A) – Part.(A/B)]

IT(B) = 72% * EV(B)

Enkele opmerkingen in verband met deze aanpak:

Om te beginnen verwijdert men effectief bij elk bedrijf zijn eventuele aandeelhoudersrol door uit de activa de participaties te lichten, zelfs als die betrekking hebben op bedrijven die behoren tot een zelfde segment.

Bovendien wordt op een meer technisch vlak de lastige kwestie vermeden dat via verbindingsrekeningen de waarde van een participatie, bij de aandeelhouder, wordt getransfereerd naar het eigen vermogen van de aangehouden onderneming terwijl de twee bedrijven mogelijk niet tot hetzelfde segment behoren.

Tot slot drukt de intrinsieke toestand een “intrinsieke” waarde van een bedrijf uit die onafhankelijk is van de waarde uitgedrukt aan de hand van de aangehouden bedrijven. Laten we er in ons voorbeeld van uitgaan dat bedrijf A de rol vervult van subholding. Laten we er tevens van uitgaan dat het kapitaal van A toegewezen is aan een participatie in een bedrijf B voor een bedrag dat overeenkomt met dit kapitaal. In dat geval is de intrinsieke toestand van A, 0. De echte waarde van A wordt bepaald door zijn participatie B maar als we er van uitgaan dat A en B behoren tot verschillende segmenten, stellen we vast dat de waarde die A bijdraagt aan zijn segment 0 zal zijn.

We kunnen de lezer geruststellen dat de intrinsieke toestand die berekend wordt op groepsniveau niets anders is dan de geconsolideerde reserves die worden opgesteld overeenkomstig het statutaire consolidatieproces.

Laten we in ons voorbeeld daarvoor van de geconsolideerde reserves uitgaan, of

GR(M) + GR(A) + GR(B)

= GR(M) + [90% * EV(A) – 100% * Part.(M/A)] + [72% * EV(B) – 90% * Part.(A/B)]

Door de volgorde van de factoren te wijzigen, krijgen we:

= [GR(M) – Part.(M/A)] + 90% * [EV(A) – Part.(A/B)] + 72% * EV(B)

of nog:

= IT(M) + IT(A) + IT(B),

wat de bewering bevestigt.

Derde principe: Niet elimineren van de interbedrijfsaldi tussen verschillende segmenten

In het proces van de statutaire consolidatie gebeurt de eliminatie van de interbedrijfsaldi eveneens door middel van verbindingsrekeningen, die wel worden gesoldeerd op het niveau van het geconsolideerde geheel maar niet noodzakelijk op het niveau van de verschillende segmenten.

We kunnen die moeilijkheid omzeilen door ervan uit te gaan dat de interbedrijfsaldi tussen bedrijven van verschillende segmenten niet als dusdanig beschouwd worden en ze bijgevolg niet geëlimineerd moeten worden.

In dat geval worden enkel de interbedrijfsaldi geëlimineerd van bedrijven die deel uitmaken van hetzelfde segment. Op die manier bedraagt het saldo van de verbindingsrekeningen 0 binnen elk segment.

Die praktijk is niet zonder gevolgen voor de reconciliatie van de som van de segmenten en het statutaire geconsolideerde totaal. Zo kan het bv. dat de omzet van alle segmenten samen hoger ligt dan het statutair geconsolideerd totaal. Het verschil bestaat dan uit de totale omzet die gerealiseerd wordt tussen bedrijven van verschillende segmenten.

Een voorbeeld ter illustratie

In het voorbeeld van bovenstaande groep gaan we ervan uit dat de bedrijven M en B behoren tot een segment ‘Industrie’ terwijl het bedrijf A behoort tot een segment ‘Finance’.

Onderstaande tabel bevat de relevante berekeningen voor dit voorbeeld.

M A B
Part. (M/A) 2.000
Part. (A/B) 3.000
Kapitaal 5.000 2.000 2.000
Reserves 2.000 1.000 500
Resultaat 600 300 200
7.600 3.300 2.700

We berekenen de geconsolideerde reserves van alle bedrijven overeenkomstig het klassieke statutaire proces, met andere woorden:

M 2.000 + 600 2.600
A 90% * 3.300 – 2.000 970
B 72% * 2.700 -90% * 3.500 – 1.206
2.364

En nu berekenen we de intrinsieke toestand van elk bedrijf zoals hoger toegelicht:

M 2.600 – 2.000 600
A 90% * (3.300 – 3.500) – 180
B 72% * 2.700 1.944
2.364

Hoewel de reserves voor beide aanpakken gelijk zijn, is de bijdrage van de bedrijven niet vergelijkbaar en a fortiori die van de twee segmenten evenmin. Hieronder samengevat:

Statutaire aanpak Segmentaanpak
Industrie Finance Industrie Finance
Capital 5.000 5.000
Reserves 1.394 970 2.544 -180
6.394 970 7.544 – 180

We merken met name dat bedrijf A dat behoort tot segment Finance zijn belang verliest volgens de gesegmenteerde aanpak. Als we de rekeningen bestuderen, zien we dat de hoofdmoot van het eigen vermogen overgedragen is naar een participatie in het segment Industrie. De intrinsieke waarde weerspiegelt dit detail.

De statutaire aanpak laat daarentegen een reële waarde voor bedrijf A uitschijnen.

Het zijn twee gezichtspunten voor een zelfde groep, maar de keuze is niet geheel vrij.

In de praktijk vereisen de IFRS-normen dat segmentinformatie wordt opgesteld voor de groepen die actief zijn in verschillende sectoren. Die moet worden opgesteld overeenkomstig de regels die in dit artikel worden toegelicht.

En voor de bankiers die moeten beslissen over de toekenning van een krediet voor bedrijf A, toont het gesegmenteerde beeld ontegensprekelijk aan dat het nodig is garanties te krijgen van het moederhuis.

Het artikel delen :
Consolidation Academy
Op zoek naar een duidelijke opleiding of seminarie om uw kennis in de consolidatie te verruimen? Dan bent u aan het juiste adres! Sigma Conso wordt erkend als expert inzake consolidatie en animeert verschillende evenementen om deze knowhow met u te delen.
Recente artikels
Academy: overzicht van het jaar en programma voor 2017 Sigma Conso biedt gedurende het hele […]
Intercompany transacties: hoe kan men de verschillen het best opsporen? De afstemming van intragroepstransacties wordt […]